Koffie met thee is minder lekker

Category: Weblog (Page 150 of 290)

Hier begon het allemaal mee: gewoon de weblogjes.

I have a dream!

De wind blies hard. Hij zoog me ergens naartoe. Het was zo hard, dat ik niet goed kon zien waar nu precies naar toe. En het gekste: het was gewoon in mijn eigen slaapkamer. Met veel moeite wist ik me naar de slaapkamerdeur te worstelen. Daar riep ik mijn moeder. Mijn moeder wist hier meer van, die had dit immers altijd. Die had er ervaring mee. Ze wist vast precies wat ik moest doen.

Toen ze bij me kwam bleef ze heel rustig. Terwijl ik doodsbenauwd was. Alsof er niets aan de hand was vroeg ze “wat is er nou?”. Ik liet de storm zien. Daarna sloot ik mijn slaapkamerdeur, maar voelde dat de wind mij nog steeds naar binnen probeerde te sleuren. De deur was dicht, de wind die langs ons raasde was er niet meer, maar de aantrekkingskracht bleef nagenoeg hetzelfde.

M’n moeder zei dat ik er gewoon in moest kijken. Dat ik de storm er eigenlijk gewoon mee moest confronteren.

Ik zei dat dat niet ging. Ik kon niet kijken. Wist niet waar ik heen moest kijken. Nou, zei ze, ik lag laatst in het ziekenhuis, en toen keek ik recht in de keel van mijn buurman. Dacht je soms dat dat een pretje was?

Toen werd ik wakker.

Totaal verward door dit onsamenhangende verhaal, maar nog steeds met het gevoel dat iets of iemand mij een duister gat in wilde sleuren. Ik was blij dat het een droom was, en ging naar de w.c. om er voor te zorgen dat ik extra wakker werd. Extra bij bewust zijn. En dan maar hopen dat de droom niet verder gaat als je weer in slaap valt.

Ik viel weer in slaap, en schrok even later wakker omdat er een deel van het tapijt in brand stond. Had weer eens iets laten liggen, was in slaap gevallen, en toen was het gaan branden. Ik zag de brand, duidelijk begonnen in de w.c. .. Ik trapte het uit, en trapte daardoor een rolletje vloerbedekking mee. Die rolde keurig op, en de brand was uit. Ik ging verder met slapen.

Dat heb ik dus vaker. Ik word wakker, doe iets wat aansluit met waar ik net over droomde, en ga dan weer slapen. Vaak word ik me na een tijdje bewust van dit idiote geslaapwandel, doordat mijn vriendin me tegenspreekt.

Zo stond ons dekbed een keer in de brand. Die heb ik net op tijd kunnen uitslaan voor mijn vriendinnetje ook vlam vatte.

En -het aller engst- zo was mijn vriendinnetje een keer gestikt. Ik zag ‘r levensecht, levensloos liggen. Ik schrok me dood, en begon heftig aan haar te sjorren en schudden. Ze werd natuurlijk wakker en vroeg wat ik aan het doen was. Dit keer had ik vrij snel door dat ik droomde, en kon haast wel huilen van geluk. Hoe erger en enger de situatie is, hoe groter de opluchting.

Herriner me ook nog een keer dat er een vrachtwagen kwam binnenrijden via onze slaapkamer. Zo’n grote Amerikaanse truck met overal lichten. Gauw dook ik aan de kant, en weer vroeg mijn vriendinnetje wat ik aan het doen was. Gelukkig kan ze er meestal erg om lachen. Soms zegt ze op de auotmatische piloot dat ik weer aan het dromen ben (wat ik de eerste 10 minuten nooit geloof), en gaat dan weer verder met slapen.

Dit keer had ik het vuur dus geblust, en dat vond ik eigenlijk wel weer genoeg inspanning. Vrij snel viel ik weer in slaap. Bij deze acties heb ik mijn ogen namelijk gewoon open.

Tot ik opeens iemand hoorde schreeuwen. Hij schrok. En ik zou zweren dat het Tjerk was (vriend van Mijke en ik -red.) … Hij schrok zich natuurlijk een hoedje omdat de vloerbedekking in de w.c. helemaal verbrand was. Zijn vloerbedekking, bedacht ik me op dat moment. We waren aan het logeren bij Tjerk, en nu was zijn hele vloerbedekking verpest!

Toen ik wakker werd van het geschreeuw wist ik gelijk waar het om ging. Ik riep dat ie maar niet teveel moest schrikken, en dat ik de schade wel zou betalen, de volgende dag. Ga nou maar slapen, ofzoiets.

Mijke weer wakker. Wat er allemaal aan de hand was. Ach, Tjerk was geschrokken omdat de vloer een beetje verbrand is. Maar ik betaal hem wel hoor, morgen, als iedereen weer wakker is. Totale onzin natuurlijk, en toen Mijke een paar keer probeerde te achterhalen waar het nou om ging, werd me langzaam duidelijk dat ik weer aan het dromen was.

Op zo’n moment zit ik nog zo in de droom, dat ik wil uitleggen wat er gebeurt is. En hoe echt het leek. Meestal ben ik zo verward dat ik niet uit mijn woorden kom.

Hierna werd deze gezellige nacht nog aangevuld met een droom op de boot. Mijn ouders hebben een boot, namelijk, en wij zijn heel wat jaren op vakantie geweest met de boot. Nu was ik weer op die boot, maar ik was meer een beetje een buitenstaander. Al mijn belangrijke taken zoals het aanmeren en vastknopen van de boot waren overgenomen door mijn broertje, en eigenlijk liep ik alleen maar een beetje in de weg.

Toen ging het vreselijk stormen en hosen en moesten we allemaal naar binnen. De boot had ineens geen dak meer, maar was alleen nog maar overdekt met blauw landbouwplastic. Mijn moeder ging thee zetten in kannen.

Verder weet ik niet precies meer wat er gebeurde, maar erg aangenaam was het niet in elk geval. Waarschijnlijk liep ik nog steeds in de weg. En misschien zonken we wel.

Nu is Mijke ervan overtuigd dat je ‘s nachts verwerkt wat er overdag is gebeurt. Dat je dagelijks leven iets te maken heeft met je dromen.

Mag iemand mij toch eens uitleggen waarom ik altijd van die maffe dingen heb. En als ik er zo eens over nadenk, heb ik dat eigenlijk al jaren. Alleen word ik niet altijd wakker en weet ik dus niet altijd meer dát ik die droom gehad heb en zo beleefd heb.

Heel vreemd.

Wie ‘t weet mag ‘t zeggen :-)

LOTR 3

Op de computer van de (veel te) oude laptop zag ik 15:45 staan. Die tijd klopt vast niet, dacht ik nog. Totdat m’n lief ineens riep “Shit, om half vijf begint de film!” Ze had ook op het klokje gekeken.

We haastten ons naar Touchinski Tuschinski. Eerder die middag hadden we geprobeert te reserveren, maar dat bleek niet mogelijk voor de film van half vijf. Zal het vast niet zo druk zijn. M’n lief had nog nooit in de rij gestaan voor Touchinski, zei ze nog.

Zondag werd d’r eerste keer.

Voor ons waren twee dames kaartjes aan het bestellen, terwijl er achter ons een stuk of 20 mensen aan het wachten waren. De verkoopster haalde het in haar domme hoofd om eens fijn iets te gaan aanbieden. Een soort zes-rittenkaart. Dat scheelt dan 2 euro per keer, ofzoiets.

Moesten de dames even over nadenken. En waar was ie allemaal geldig dan? En hoe lang? Alleen in Amsterdam? Sja, halen we dat er wel uit? Wat denk jij.

Daar kan ik me boel aan irriteren. In de eerste instantie omdat het domme wicht achter de kassa het in haar hoofd haalt om dergelijke aanbieding te doen, terwijl er een flinke rij mensen staat te wachten. Mensen die zich, aan het eind van de rij, afvragen hoe het nou toch zo lang kan duren. Zoals wij dat ook deden toen we aan het eind van de rij stonden.

Ten tweede omdat de dames kennelijk niet de druk voelen van 20 mensen die eigenlijk tien minuten geleden al naar binnen wilden, omdat ze film zo zou beginnen. Ze overwegen hun keuze, en staan zo al gauw een extra 5 minuten bij de kassa dan nodig.

Moeilijk om me dan in te houden. “Rustig aan hoor, de rij begint pas bij het Rembrandsplein, dus je hebt nog wel even!” riep ik. Maar zowel het wicht als de bestellende dames hadden niet door dat ik tegen hen aan het roepen was.

Eindelijk waren we aan de beurt en konden we twee kaartjes voor de film bestellen, die over ongeveer 1 minuut zou beginnen. Ze had nog maar één kaartje. Je kon niet reserveren, maar ze had nog maar één kaartje. Lekker dan.

We zagen ons gezellig middagje uit smelten als sneeuw voor de zon. Een meneer achter ons in de rij gaf de tip dat we ook op de Munt konden kijken, dat was om de hoek.

Zo gezegd zo gedaan. Ook daar stond een flinke rij en duurde het allemaal veel te lang. Bovendien was de film al begonnen toen wij aansloten in de rij.

Tien minuten na aanvang kwamen we binnen. De reclames waren kennelijk net afgelopen, en de film was al bezig. We namen plaats en even later verscheen de titel. The return of the king. Pfew, we hebben niet veel gemist.

Ook dit deel was weer prachtig gemaakt. Prachtig die kastelen, en die mensenmassa’s tijdens de oorlogscene’s. Wat zal er ongelovelijk veel 3D animatie gebruikt zijn in deze film zeg!

De hele film was weer de moeite waard. Alleen begrepen we allebei niet zo goed waarom Frodo aan het eind nou met Gandalf meeging. Waarom bleef hij niet lekker thuis? Was dat een afspraak die we inmiddels alweer vergeten waren uit een eerder deel?

Nouja. Als ook deel 3 op DVD is, kopen we wel de DVDbox. Absoluut de moeite waard om te hebben, dacht ik zo.

Als afsluiter nog even gegeten bij een Italiaan. Beetje vervelend was dat wij kennelijk niet in de looproute zaten van de bediening. Al helemaal niet toen wij alleen in het vertrek zaten, het vertrek waar niet de bar en keuken was.

Het eten was erg lekker, maar als de bediening niet regelmatig komt checken of ik nog wat wil drinken, word ik daar al gauw chagerijnig om. Gewoon jammer. Dat kost ze fooi, helaas.

Al met al wel een heerlijke zondagmiddag.

Gaan we vaker doen :-).

Lol met collega’s

Er komt een collega van de taxionderneming binnen om iets aan Pim te vragen. Terwijl hij een bekertje van ons water pakt, ziet hij de andere tank staan. Een proefplaatsing die ze tot op heden nog niet zijn komen ophalen.

Hee, hebben jullie nou nòg zo’n apparaat?
Ja, de tank was op, antwoord ik zonder een spier te verrekken.

Oh.

Pim doet er nog een schepje bovenop.

Ja, en hij is aangesloten op een grote tank cup-a-soup. Dus als je uit de warme kraan pakt, komt er gewoon cup-a-soup uit“.

Oh.

Pim en ik hadden allebei het idee dat hij het geloofde.

Aaron for president

(voor publicatie in dijkgatskost zomer 2004)

Voor grote mensen was het ongeveer vijf minuten lopen naar de plek van onze groep. Voor kleine roze kindjes leek het wel alsof ze de Nijmeegse vierdaagse liepen. Sjouwend met tassen die mamma vol had gestopt met snoep, handdoeken, flessen cola en weet ik ’t wat niet meer, strompelden ze achter ons aan of voor ons uit.

Mijn oog viel op een meisje dat met twee tassen aan het sjouwen was. Zo’n beetje alle kinderen hadden al eens geklaagd over de reisafstand, of geïnformeerd of het nog ver was, maar van dit meisje had ik nog helemaal niets gehoord.

Verderop liep een klein mannetje te schreeuwen die zonder tas liep. De link was gauw gelegd.

Inderdaad, broer en zus.

Het jongetje was zo klein en mager, dan een gemiddelde grasspriet meer omvang had dan zijn benen en armpjes. De tas was veel te zwaar voor hem, dat snapte ik zelf toch ook wel? Dus moest zijn zusje, Bodine, hem maar dragen.

Uiteraard ging ik hier niet mee akkoord, maar Bodine scheen er weinig problemen mee te hebben. Part of the deal. Zo ging dat nu eenmaal. Ik kon niet aanzien hoe dit kleine meisje met twee zware tassen aan het zeulen was, dus ik nam ze allebei van haar over, hoewel er zeker al 6 kinderen hadden gevraagd of ik de tas niet kon dragen. Het antwoord daarop was negatief natuurlijk, maar dit meisje had het wel verdiend vond ik.

Dat was de eerste ‘ontmoeting’ met Aaron. Achteraf het mannetje dat onze week helemaal gemaakt heeft, en waar we nu nog steeds over napraten en nalachen. Een aantal mensen zullen gemerkt hebben dat sommige leiding het gedrag van Aaron kopieerden. Sommige misschien niet, vandaar dit stukje. Aaron verdient het gewoon om genoemd te worden, wat een figuur.

Wat direct opviel aan Aaron was dat hij met gemak twee mensen tegelijk kon aankijken. Hij keek ontzettend scheel, was ontzettend mager, maar tegelijkertijd ook ontzettend druk, bijdehand en (daardoor) grappig. Met Aaron kon je pas echt lachen, dat hadden we al gauw door.

Hoewel hij veel te oud was voor in ons groepje, ging hij toch met ons mee. Waarschijnlijk omdat broer en zus onafscheidelijk waren. Of dat nu kwam doordat Aaron afhankelijk was van zijn zusje, of omdat ze elkaar zo lief vonden, dat weet ik niet precies. Hoe dan ook, als Aaron vertelde dat hij al 10 jaar was, was er niemand die hem geloofde. Wij ook niet, eigenlijk, maar het stond op het kaartje.

Aaron was een mannetje met een grote mond, die zich volgens mij niet altijd evengoed besefte wie hij voor zich had. Door zijn stoere gedrag riep hij al gauw “hey, vechten!”, maar als hij dan door had dat hij de strijd ging verliezen, stak hij zijn hand uit, en riep “hey, vrienden??”. Probleem opgelost.

Gek genoeg werkte dit ook prima. Zowel bij de kinderen als bij de leiding.

Eén van mijn collega’s was kale Bas. Zo had ik hem meerdere malen genoemd, vooral in het bijzijn van de kinderen. Dat leek me wel grappig. En het had ook het gewenste effect: de volgende dag noemde ze hem allemaal kale Bas.

De eerste dag dat ik kale Bas zag had ik zo mijn bedenkingen. Moest dit met kinderen gaan werken? Kaal. Grote gaten in zijn oren met daarin kennelijk oorbellen. Net zo scheel als Aaron, een tattoo.

Hoe gaat deze skinhead in vredesnaam met kinderen om? Maar deze skinhead bleek al gauw het hartje op de juiste plek, en dat ging dus prima. Met een benadering die ik nooit had kunnen bedenken. Kinderen een beetje uitdagen, een beetje uit de kast lokken. Op het moment dat de kinderen te ver gaan roep je ze een halt toe. Ging allemaal prima.

Het was bij het tweede wiel dat kale Bas lekker een beetje in het gras lag, en Aaron toevallig in de buurt was. Hey Aaron, moejje vechten? hoorde ik Bas zeggen. Nou, dat wist Aaron nog allemaal niet zo zeker. Eerlijk gezegd zou ik ook niet weten wat ik met zo’n opmerking aanmoet, als ik dat uit de mond van een leiding hoor.

Maar na wat zachte duwtjes was Aaron wel in voor een stoeipartij. Hij keek heel boos, en gaf Bas een klap op zijn schouder. Een klap die waarschijnlijk voelt als een mug die prikt, maar dat weet Aaron niet. In plaats daarvan krimpt Bas ineens en roept “Auw Auw Auw, wat doe je nou Aaron? Auw man, dat doet pijn!!”

Aaron, verbaast over de impact van zijn aanval, kijkt verschrikt om zich heen of iemand het gezien heeft. Was hij dan echt zo sterk? Nog maar eens een proberen. “Auw auw Aaron, kappen nou hoor!” kreunde Bas weer. Hierop draaide Aaron zich om, en liep met zijn armen als Hulk Hogan een rondje. Zag je dat, zag je dat?

Aaron was de meiden aan het imponeren. Schitterend gezicht.

De volgende dag zit Bas op een boomstam, en ik een bankje verderop, een beetje bij te komen van de feestavond ervoor. Bas is wat met zijn telefoon aan het doen, sms-en ofzo. Aaron komt naar hem toe en vraagt wat hij aan het doen is. “Ik ga je moeder bellen, je bent strontvervelend!” zegt Bas in een geintje. Aaron wordt helemaal wild, en begint te gillen dat Bas dat niet mag doen. Straks moet ie weer in de kast staan!

Bas speelt het spelletje natuurlijk nog even door. Aaron roept naar zijn zus dat ze niet het telefoonnummer mag geven. Aaron en Bodine hebben allebei een ijzeren plaatje om hun nek, waar hun naam en adres op staan. Verschrikt grijpt Bodine naar haar plaatje en vraagt zich af wat er allemaal gebeurt.

Ze kijkt zo geschrokken, dat ik haar toefluister dat het niet echt is. Dat Bas maar een grapje maakt. Dat stelt haar gerust, maar Aaron weet nog van niets. Bas doet net of hij belt, en geeft dan de telefoon aan Aaron. “Hallo? Hallo?” roept Aaron. Maar dan heeft hij ook door dat er helemaal niet gebeld is.

Diezelfde middag worden er pannenkoeken gebakken in het bos, met onze groep. De kinderen staan allemaal in de rij voor een pannenkoek. Bas en ik zitten allebei op het bankje, met tussen ons in wat ruimte.

Hier komt telkens een kind zitten die net een pannenkoek heeft gehad. We maken een praatje, en we vragen of ze voor ons ook niet effe een pannenkoek kunnen halen. Verrassend hoe welwillend kinderen zijn voor hun leiding. We hebben die middag goed gegeten, kan ik je vertellen.

Toen Aaron kwam was het natuurlijk weer lachen geblazen. Eerst komt hij naar mij toe met “Ey! Kan je dit effe in stukken snijden?”. Hier blijkt weer uit dat het voor hem niet uitmaakt of er nou een vent van twee meter voor hem staat, of een kind dat 2 jaar jonger dan hij is. Hij spreekt iedereen aan, op een vrij commanderende manier.

Ik zeg hem dat hij zijn pannenkoek maar even moet oprollen, en dan kan hij hem zo naar binnen schuiven. Zo gezegd zo gedaan. Aaron komt tussen ons inzitten. Kaasie voor Bas natuurlijk.

Iedere keer als Aaron een hap van zijn pannenkoek probeert te nemen, stoot Bas zijn elleboog aan. Met als resultaat dat de pannenkoek eerst een keer of wat naast zijn mond komt, voordat hij eindelijk in zijn mond verdwijnt. Helemaal onder de suiker zat ie. “Hey Aaron, als je niet meer hoeft neem ik je pannenkoek wel hoor!” zeg ik, en voor de grap pak ik zijn bordje. Was ie het niet mee eens. Mocht niet enzo. Hij kreeg het bordje terug onder voorwaarde dat hij een pannenkoek voor ons ging halen.

Kijk, zo regel je dat.

Mochten jullie, als lezers, nu denken dat het allemaal erg zielig is, en dat Aaron alleen maar gepest werd, in tegendeel! Aaron was onze lieveling. Iedereen hield hem in de gaten, zelfs leiding van andere groepen leerden Aaron kennen.

Iedereen die langsliep moest even met hem dollen of spelen. Hij was zo licht, dat je hem tijdens het langslopen kon optillen, drie keer in de rondte draaien, en weer neerzetten.

Bij het luchtkussen mocht niet iedereen tegelijkertijd op het kussen. Maar als Aaron bij Bas of mij kwam of hij erop mocht, werd hij er gelijk op gegooid. Letterlijk gegooid. Dat was ook wel het leuke natuurlijk, hij zeilde door de lucht en kwam dan op het luchtkussen neer. Dan stond hij op, keek je op z’n boosts aan, en ging vervolgens vrolijk springen. Bij de tweede sprong was hij alweer vergeten dat hij boos had moeten zijn.

De manier waarop Aaron en zijn zusje Bodine met elkaar omgingen vond ik ook prachtig om te zien. Bodine zorgde voor alles, hoewel zij 9 was, en Aaron 10. Ze zorgde dat hij op tijd zijn eten en drinken nam, zorgde dat zijn spullen iedere keer mee kwamen, nouja, alles eigenlijk.

De eerste dagen was dat vertederend maar tegelijk moeilijk om te zien. Prachtig hoe zo’n zusje voor haar broertje zorgt, maar doet ze dit dan niet omdat dit zo moet van haar ouders? Ze had nauwelijks tijd om zelf te spelen, want om de haverklap hoorde je Aaron weer ergens om Bodine schreeuwen. Bodine dit, Bodine dat.

Als leiding probeer je natuurlijk ervoor te zorgen dat hij zelf ook eens wat deed. Bij de springvijfer sta ik naast Bodine en Aaron, en Aaron staat werkelijk te rillen van de kou. “Bodine, kleed me aan!” roept hij op geïrriteerde toon. Ze ziet zelf toch ook wel dat hij het koud heeft?

“Zeg Aaron, dat kun je zelf ook wel, en als je nou in de zon gaat staan in plaats van de schaduw, heb je het ook niet zo koud!” zei ik hem. Nee, Bodine moest hem aankleden. En voor ik er erg in had, en hier verder tegenin kon gaan, was Bodine al begonnen met het uitpakken van de tas, en het aankleden van haar broertje.

Ze scheen dit ook te doen alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Nog nooit heb ik een kind zo goed voor haar broertje zien zorgen, alsof ze zelf eigenlijk een soort moeder was. Verder zeurde ze nooit, maakte ze nooit ruzie, luisterde altijd goed en meteen. Wat een geweldig kind!

Kale Bas en ik hebben tijdens de nieuwjaarsborrel dan ook besloten dat we volgend jaar mee doen, op voorwaarde dat we de leiding krijgen over de groep waar Aaron in zit.

Chantage?

Zal best. Maar wij hebben gewoon rècht op Aaron.

Gewichtig stukje

Vroeger heb ik er weinig last van gehad. Tuurlijk, ik was me er wel elke dag van bewust, maar ik bedoel, ik ben er verder nooit mee gepest ofzo. De enige keren dat ik er last van had was tijdens gym ofzo, waar ik toch al een hekel aan had (of misschien juist daardoor)?

Zo lang ik me kan herrineren ben ik net iets te dik geweest, eigenlijk. Gelukkig niet gelijk als the nutty proffesor, maar toch net dat beetje overgewicht.

Het boeide me nooit. Eigenlijk nog steeds niet. Als ik maar lekker kan leven en doen en laten wat ik wil, vind ik het allang best. En op de één of andere manier viel ik nooit echt buiten de groep. Op school ging ik om met de poulaire mensen, nouja, eigenlijk wel met iedereen. Maar ik hoorde in ieder geval niet tot het groepje dat altijd gepest werd.

Daar denk ik nog regelmatig aan terug. Ik snap niet hoe dat nou kan.

Later in de brugklas kreeg ik de indruk dat mensen van me dachten dat ik dan ook wel ontzettend sterk zou zijn. Maar goed dat ze nooit hebben geweten dat ik eigenlijk nog nooit heb gevochten. Nouja, nooit echt dan. Een klasgenootje aan het begin van het jaar bij zijn keel grijpen en tegen de muur aan duwen vind ik niet echt vechten. Moest gewoon even gebeuren.

Het bleef ook altijd vrij stabiel. Okay, er was een buik, maar hij werd nooit veel groter. In verhouding dan.

Dus ik vond het wel prima.

Tot nu. Nu doet ie dat ineens wel. Ongeveer sinds ik mijn huidige liefje ken. Terwijl ik daardoor juist minder ben gaan drinken. Door de weeks drink ik eigenlijk nooit meer.

Daar kan het dus niet aan liggen.

Dus ik heb bedacht dat het aan de verschikkelijk goede kookkunsten van m’n lief kan liggen. En aan de koffie. Want sinds ik hier werk, drink ik eigenlijk veel meer koffie. De automatenkoffie lijkt wel een stuk milder voor mijn maag, dat ik moeiteloos een stuk of 6 tot 8 bakken per dag achterover sla. Met suiker. En melk.

En kijk, daar zou wel eens het probleem kunnen zitten. Die suiker iedere keer. Dat is het grote verschil met vroeger. En het brood, denk ik.

Voorheen was het om een uur of 13:00 lunch tijd, en de rest van de dag niet. Nu liggen mijn zelf gemaakte bammetjes de hele dag naast me, en dan moeten ze op. Net als dat je een biertje in je hand hebt.

Dus ik heb mij het plan voor genomen om de koffie voortaan zwart te drinken, en het aantal bammetjes per dag langzaam aan terug te drinken. Ik begon met 10 per dag, soms 12. Gisteren had ik er 9 mee. Vandaag 8.

Ben aan mijn tweede kop koffie bezig. Zonder suiker.

Honger went wel, zo had ik bedacht. Een beetje leeg gevoel in de maag, daar ga je vast niet dood aan. Als ik maar niet dizzy word en begin te trillen, dan moet het wel vol te houden zijn volgens mij.

En op die manier is het de bedoeling dat de maag inhoud langzamerhand kleiner wordt. Probeer ik ‘s avonds gewoon anderhalf bord te nemen. In plaats van eten tot je vol zit, en omdat het eten nog niet op is.

Vind het namelijk zo zonde om eten weg te gooien. Vooral als het erg lekker is.

Maar nu, nu wordt de prullenbak mijn vriend! Voeren zal ik hem. Laat hem maar groter worden.

Hoe meer er in de prullenbak kan, hoe handiger!

Dus, ik ga aan de lijn. Sort of. Nog nooit gedaan. Nog nooit gedacht dat ik dat uberhaupt zou kunnen. Maar nu is er ergens kennelijk motivatie vandaan gekomen. Iets als … dit kán zo niet langer.

We zullen zien.

Onderweg


Het laatste stuk lopend naar mijn werk. En sja, als het sneeuwt weet je toch dat het glad is? Knap dat je dan toch tegen de boom van de binnenbocht weet te knallen.

Alle foto’s van vandaag: hier

Onderweg


Onderweg naar het werk. Zonder flits proberen besneeuwd Amsterdam vast te leggen door de ramen van de bus. Krijg je dit soort kunstzinnige dingen.

« Older posts Newer posts »

© 2026 Rolandow.COM

Theme by Anders NorenUp ↑