Toen ik vanochtend door mijn ramen keek zag ik niets dan blauw lucht. Wat een heerlijk zomers weer. Tijd voor de korte broek dus, en lekker in t-shirt naar het werk fietsen.

Nu is een driekwartsbroek vol met rotzooi niet zo handig. Portomonaie, een sleutelbos en een mobiele telefoon, dat is wat veel van het goede. Dus ik haalde een tientje uit mijn portomonaie, haalde de huissleutel van de bos, en ging van huis met slechts die twee dingen in mijn broekzak. Ohja, en de telefoon natuurlijk.

Toen ik halverwege mijn reis was, bedacht ik me dat ik een printer had besteld. En dat ik daarvoor 150 euro in de portomonaie had, die dus thuis lag. Maar ach, het is maandag. Maandag komt de postbode niet, en zal de printer dus ook nog wel een nachtje langer moeten logeren op het postkantoor.


Zo-even werd die zeepbel doorgeprikt. De pakketdienst blijkt wèl gewoon op maandag te werken, en dus stond er plotseling een meneer voor de deur die een pakketje voor me had.

Damnit.

Management bespreking onderbreken en vragen of ik uit de kas kan lenen. Nouja, daar zat niet zoveel in. Dan maar van collega’s zelf. Zo heb ik nu een lening, verpreid over 2 personen, lopen. Gelukkig zal die van korte duur zijn, want morgen betaal ik direct weer terug.

Maar toch. Een beetje genant is het wel.